Kuikens opfokken: de eerste weken
Broeden & kuikens

Kuikens opfokken: de eerste weken

R
Redactie Zijdehoentjes
· 6 min leestijd

De eerste weken in het leven van een kuiken zijn bepalend voor de rest van zijn ontwikkeling. Of je kuikens nu uit je eigen broedmachine komen, onder een broedse kip zijn uitgekomen of je ze hebt gekocht, de zorg die je in deze periode biedt maakt het verschil tussen sterke, gezonde kippen en kwetsbare dieren. In dit artikel bespreken we alles wat je moet weten over het opfokken van kuikens: van de juiste temperatuur en voeding tot het herkennen van problemen en het moment waarop ze naar buiten mogen.

De opfokruimte inrichten

Kuikens hebben de eerste weken een beschutte, warme en tochtvrije ruimte nodig. Dit kan een speciaal opfokbox zijn, een grote plastic bak of een afgesloten hoek in een schuur. Belangrijk is dat de ruimte goed te reinigen is, droog blijft en beschermd is tegen roofdieren, inclusief katten en ratten. Bedek de bodem met een strooisel dat niet te glad is: keukenpapier of houtkrullen werken goed. Gebruik de eerste dagen geen gladde ondergrond zoals krant, want dat kan spreidpoten veroorzaken bij kuikens.

De warmtebron is het belangrijkste onderdeel van de opfokruimte. Je kunt kiezen tussen een traditionele warmtelamp (infrarood) of een modernere warmteplaat (ook wel broeder of kunstmoeder genoemd). Een warmteplaat heeft als voordeel dat ze minder brandgevaar oplevert en een natuurlijker dag-nachtritme toelaat. Het kuiken kruipt eronder zoals het onder een moederkip zou kruipen. Een warmtelamp verwarmt de hele ruimte, wat handig is maar ook meer energie kost.

Zorg ervoor dat de kuikens altijd de mogelijkheid hebben om weg te lopen van de warmtebron. Als het te warm is, gaan ze in de uiterste hoeken liggen met gespreide vleugels. Als het te koud is, kruipen ze dicht op elkaar onder de warmtebron en piepen ze luid. Bij de juiste temperatuur zijn ze gelijkmatig verspreid door de ruimte, actief en tevreden.

Temperatuur en ventilatie

De starttemperatuur in de eerste week moet rond de 35°C zijn, gemeten op kuikenhoogte direct onder de warmtebron. Elke week verlaag je de temperatuur met ongeveer 2-3 graden, totdat de kuikens volledig bevederd zijn en de omgevingstemperatuur aankunnen. Dit is meestal rond week 6 tot 8, afhankelijk van het ras en het seizoen. Bij zijdehoentjes kan dit iets langer duren vanwege hun afwijkende verenstructuur die minder isolerend is.

Een goede thermometer op kuikenhoogte is onmisbaar. Maar het gedrag van de kuikens vertelt je eigenlijk meer dan de thermometer. Rustige, actieve kuikens die goed verspreid zijn: de temperatuur is goed. Luid piepende, samenklonterende kuikens: te koud. Hijgende kuikens met gespreide vleugels ver van de warmtebron: te warm. Leer op het gedrag te letten en pas de warmte daarop aan.

Ventilatie is eveneens belangrijk maar mag geen tocht veroorzaken. Kuikens produceren verrassend veel vocht en ammoniak, zeker naarmate ze groter worden. Zonder goede luchtcirculatie ontstaan luchtwegproblemen. Zorg voor frisse lucht zonder directe tochtstroom op de kuikens. Ververs het strooisel regelmatig, minimaal om de twee dagen, en vaker als het vochtig wordt.

Voeding en drinkwater

Kuikens hebben de eerste weken speciaal kuikenvoer nodig, ook wel kuikenopfokkorrel of kuikenstarter genoemd. Dit voer heeft een hoger eiwitgehalte (18-20%) dan gewoon kippenvoer en bevat alle vitaminen en mineralen die een groeiend kuiken nodig heeft. Geef de eerste zes weken uitsluitend kuikenvoer en schakel daarna geleidelijk over op opfokvoer met een iets lager eiwitgehalte.

Schoon drinkwater is minstens zo belangrijk als goed voer. Gebruik een speciale kuikendrinkbak die zo is ontworpen dat kuikens er niet in kunnen vallen en verdrinken. Bij hele kleine kuikens kun je knikkers of kleine steentjes in het drinkbakje leggen als extra veiligheid. Ververs het water minimaal twee keer per dag, want kuikens maken hun water snel vuil met strooisel en voer.

De eerste keer dat je kuikens in de opfokbox plaatst, dompel je hun snaveltje voorzichtig in het water. Zo leer je ze waar het water staat. De meeste kuikens pikken al snel zelf naar het voer als je het op de bodem strooit of in een laag bakje aanbiedt. Na een paar dagen kun je een gewone kuikenvoerbak gebruiken. Geef geen keukenresten, brood of ander menselijk voer aan jonge kuikens; hun spijsvertering is daar nog niet op ingesteld.

Gezondheid en veelvoorkomende problemen

De eerste weken zijn kuikens kwetsbaar voor een aantal specifieke aandoeningen. Plakgat (ook wel pasty butt) is een veelvoorkomend probleem waarbij ingedroogde ontlasting de cloaca blokkeert. Controleer de achterwerken van je kuikens dagelijks en verwijder opgedroogde mest voorzichtig met een warm, vochtig wattenstaafje. Onbehandeld kan plakgat fataal zijn.

Coccidiose is de grootste bedreiging voor jonge kuikens. Deze darmparasiet kan razendsnel toeslaan en wordt zichtbaar door bloederige diarree, sufheid en plotselinge sterfte. Goed gevoerd kuikenvoer bevat vaak een laag percentage coccidiostaticum ter preventie. Houd de opfokruimte droog en schoon, want coccidiose gedijt in vochtige omstandigheden.

Let ook op spreidpoten, waarbij een kuiken niet normaal kan staan doordat de pootjes naar opzij glijden. Dit komt vaak door een te gladde ondergrond in de eerste dagen. Vroeg ingrijpen met een pleisterverbandje tussen de pootjes kan het probleem verhelpen. Herken ziektesymptomen tijdig en raadpleeg een dierenarts als je je zorgen maakt over de gezondheid van je kuikens.

Socialisatie en naar buiten

Kuikens die vanaf jonge leeftijd worden gehanteerd, worden tamme en makkelijk hanteerbare kippen. Neem ze regelmatig even op, praat zachtjes tegen ze en laat ze wennen aan menselijk contact. Zeker als je zijdehoentjes als huisdier wilt houden, is vroege socialisatie belangrijk voor een hechte band.

Vanaf ongeveer vier weken, als het weer het toelaat (droog en boven de 15°C), kun je kuikens korte uitstapjes naar buiten laten maken in een beschutte ren. Bouw dit geleidelijk op en zorg altijd voor een warme schuilplek waar ze naartoe kunnen. Pas op voor roofvogels en katten; jonge kuikens zijn een makkelijke prooi. Een gesloten ren met gaas aan de bovenkant is essentieel.

Het moment waarop kuikens definitief naar buiten kunnen, hangt af van hun bevedering en het seizoen. Volledig bevederde kuikens van zes tot acht weken oud kunnen in de zomer meestal naar buiten. In het voor- of najaar wacht je liever tot ze acht tot tien weken oud zijn. Introduceer jonge kippen geleidelijk aan de bestaande koppel: zet ze eerst een tijdje in een afgescheiden deel van de ren zodat de kippen aan elkaar kunnen wennen zonder fysiek contact. Zo voorkom je ernstig pikgedrag en blessures.

kuikens opfokken warmtelamp kuikenvoer broeden temperatuur gezondheid

Veelgestelde Vragen

Gerelateerde Artikelen