Het uitbroeden van eieren met een broedmachine is een van de meest fascinerende ervaringen die je als kippenhouder kunt meemaken. Na 21 dagen wachten, keren en controleren breekt er een klein snaveltje door de schaal: er is weinig dat daar tegenop kan. Of je nu broedeieren van je eigen kippen gebruikt of ze hebt aangeschaft van een fokker, met de juiste kennis en voorbereiding vergroot je de kans op een succesvol broedresultaat aanzienlijk. In dit artikel nemen we je stap voor stap mee door het hele broedproces, van het kiezen van de juiste broedmachine tot het grote moment van het uitkomen.
De juiste broedmachine kiezen
Er zijn globaal twee typen broedmachines: stilluchtbroeders en ventilatorbroeders. Bij een stilluchtbroeder (ook wel still air genoemd) wordt de warmte niet actief verdeeld, waardoor er temperatuurverschillen kunnen ontstaan tussen boven en onder. Een ventilatorbroeder (ook wel forced air) heeft een ingebouwde ventilator die de warme lucht gelijkmatig verdeelt. Voor beginners is een ventilatorbroeder aan te raden, omdat de temperatuur stabieler is en je minder hoeft te corrigeren.
Let bij de aanschaf ook op de capaciteit (hoeveel eieren passen erin), of de machine een automatisch keermechanisme heeft, en hoe nauwkeurig de thermostaat is. Een digitale thermostaat is nauwkeuriger dan een analoge. Goedkopere machines zonder automatisch keren vragen veel aandacht: je moet de eieren dan minimaal drie keer per dag met de hand draaien. Voor een eerste broedervaring is een machine met automatisch keren en digitale temperatuurregeling het meest gebruiksvriendelijk.
Goede merken voor hobbybroeders zijn onder andere Brinsea, Rcom en Janoel. De prijzen variëren van zo'n 50 euro voor een eenvoudige machine tot enkele honderden euro's voor een volautomatisch model. Bedenk dat een goede broedmachine een investering is die je jarenlang meegaat. Lees reviews en vraag ervaren fokkers naar hun ervaringen voordat je een keuze maakt.
Broedeieren selecteren en bewaren
Niet elk ei is geschikt als broedei. Selecteer eieren die normaal van formaat zijn, een gave schaal hebben zonder barsten of onregelmatigheden, en niet ouder zijn dan zeven tot tien dagen. Oudere eieren hebben een lagere bevruchtigskans. Bewaar broedeieren op een koele plek (12-15°C) met de punt naar beneden en draai ze dagelijks een kwartslag om te voorkomen dat de dooier aan de schaal gaat plakken.
Was broedeieren nooit af, ook niet als ze vuil zijn. De eierschaal heeft een natuurlijke beschermlaag (de cuticula) die bacteriën buiten houdt. Door het ei te wassen verwijder je deze laag en vergroot je de kans op infectie. Sterk vervuilde eieren kun je beter niet als broedei gebruiken. Als je eieren per post ontvangt, laat ze dan minstens 24 uur rusten met de punt naar beneden voordat je ze in de broedmachine legt. Zo kan de luchtcel zich herstellen na het transport.
Zorg ervoor dat je broedeieren van gezonde, goed gevoede kippen komen. Een haan moet aanwezig zijn in de koppel voor bevruchte eieren; dat klinkt vanzelfsprekend, maar het wordt nog weleens over het hoofd gezien. De verhouding van één haan op zes tot tien hennen geeft doorgaans een goede bevruchting.
Het broedproces: dag 1 tot 18
Zet de broedmachine minimaal 24 uur voor het inleggen van de eieren aan, zodat de temperatuur stabiel is. De ideale broedtemperatuur voor een ventilatorbroeder is 37,5°C (voor een stilluchtbroeder iets hoger: 38,3°C gemeten aan de bovenkant van het ei). De luchtvochtigheid moet de eerste 18 dagen rond de 45-55% liggen. Te veel vochtigheid kan leiden tot zwakke kuikens die moeite hebben met uitkomen.
Als je machine geen automatisch keermechanisme heeft, draai de eieren dan minimaal drie keer per dag (altijd een oneven aantal, zodat het ei afwisselend op een andere kant rust). Markeer de eieren met een potloodkruisje en een cirkel aan de andere kant, zodat je kunt zien of je ze correct hebt gedraaid. Gebruik geen stift; de inkt kan door de schaal trekken.
Op dag 7 kun je schouwing doen: houd het ei tegen een sterke, smalle lichtbron (een eierenschouwlamp of krachtige zaklamp) in een donkere ruimte. Bij een bevrucht ei zie je een netwerk van bloedvaten en een donker vlekje (het embryo). Onbevruchte eieren blijven helder. Verwijder onbevruchte en afgestorven eieren om schimmelvorming te voorkomen. Een tweede schouwing op dag 14 bevestigt de verdere ontwikkeling.
De laatste drie dagen: lockdown
Vanaf dag 18 begint de zogenaamde lockdown-fase. Stop met het keren van de eieren en verhoog de luchtvochtigheid naar 65-75%. Het kuiken draait zich in deze fase in de juiste positie om door de schaal te breken, en het keren zou dit proces verstoren. Leg de eieren op hun zij als ze in een keerautomaat lagen.
Verhoog de luchtvochtigheid door extra water toe te voegen aan de bakjes in de machine of door een vochtige spons te plaatsen. Een te lage luchtvochtigheid in deze fase kan ertoe leiden dat het vliesje onder de schaal uitdroogt en aan het kuiken vastplakt, waardoor het moeilijker kan uitkomen. Open de broedmachine zo min mogelijk tijdens de lockdown.
Op dag 19-20 kun je soms al zachtjes getik of gepiep horen vanuit de eieren. Het kuiken prikt eerst een gaatje in de luchtcel (de internal pip) en begint daar te ademen. Daarna maakt het een gaatje in de buitenste schaal (de external pip). Vanaf de eerste pip kan het nog 12 tot 36 uur duren voordat het kuiken volledig uit het ei is. Hoe moeilijk het ook is: help niet. Kuikens die zelf uitkomen zijn doorgaans sterker en gezonder. Raadpleeg een ervaren fokker of dierenarts als een kuiken na 36 uur na de eerste pip nog niet verder is.
Na het uitkomen: de eerste uren
Pasgeboren kuikens zijn nat en moe, maar ze hoeven niet direct verzorgd te worden. Ze hebben in het ei de dooierzak opgenomen, waardoor ze de eerste 24 tot 48 uur zonder voer en water kunnen. Laat ze in de broedmachine opdrogen totdat ze pluizig zijn. Dit duurt meestal een paar uur. Open de machine niet telkens om droge kuikens te verwijderen als er nog eieren aan het uitkomen zijn, want dat laat de luchtvochtigheid zakken.
Zodra alle kuikens droog en actief zijn, verplaats je ze naar een voorverwarmde opfokruimte. De temperatuur moet rond de 35°C zijn in de eerste week. Gebruik een warmtelamp of warmteplaat en zorg voor schoon drinkwater en fijn kuikenvoer. Dompel de snaveltjes van elk kuiken voorzichtig in het water zodat ze weten waar het staat.
Houd de eerste dagen goed in de gaten of alle kuikens eten en drinken, actief zijn en niet door de andere kuikens worden gepest. De eerste weken van het opfokken zijn cruciaal voor de ontwikkeling van gezonde, sterke kippen. Geniet van deze bijzondere periode en noteer je ervaringen, zodat je bij een volgende keer nog beter voorbereid bent.
Veelgestelde Vragen
Kippeneieren hebben een broedduur van 21 dagen. Sommige eieren komen een dag eerder of later uit, afhankelijk van de temperatuur en het ras. Bij zijdehoentjes is de broedduur doorgaans ook 21 dagen.
Een ventilatorbroeder moet op 37,5°C staan. Een stilluchtbroeder iets hoger: 38,3°C gemeten aan de bovenkant van het ei. Gebruik altijd een nauwkeurige thermometer om de temperatuur te controleren.
Keer de eieren minimaal drie keer per dag (een oneven aantal) tot dag 18. Vanaf dag 18 stop je met keren. Een broedmachine met automatisch keermechanisme neemt dit werk uit handen.
Het is sterk af te raden om kuikens te helpen. Kuikens die zelf uitkomen zijn doorgaans sterker. Alleen als een kuiken na 36 uur na de eerste pip niet verder komt, kun je in overleg met een ervaren fokker voorzichtig ingrijpen.